Een anonieme voorbijganger schreef een gedichtje


Mijn Kapelleke

T’is zo een mooi baantje langs die velden eenzaam blank

met zijn groene heuvels aan de flank

als je dan wat verder gaat

op dat baantje dat op en neere gaat

kom je bij een hofstee aan

waar de tijd heeft stilgestaan

met verderop een reke bomen

en onderaan een bankje om wat te bekomen

als je het wegje verlaat

dat kronkelend naar beneden gaat

kan je genieten van de rust

en proeven van de lust

waar in de zomer al die rozen

en in de herfst de appels blozen

maar waar het mij echt omgaat

is om dat kapelleke dat daar zo schone staat

met boven op dat wrak

nog een kruisken op zijn dak

t’deurkje bijna los

de pannen groen van t’mos

de muren zijn gebarsten

de verve afgeblaad

den ingang vaste met een ijzerdraad

met binnenin in wit ornaat

een onze vrouwke dat voor u staat

och beste reisgezel ik weet het wel

t’is allemaal niet meer van tel

maar kan het echt niet laten

om als ik langskom toch met haar

een stondeke te praten

och arme sterveling

bewaar dat mooie ding

och laat het niet verdampen

opdat ons nog iets rest

om ons aan vast te kampen